Wat is Meskertherapie?

Meskertherapie biedt oefeningen die de hersenfuncties, aandacht en motoriek sterker maken. De samenwerking tussen gebieden in de hersenen en de verbinding tussen de rechter en linker hersenhelft via het corpus callosum (hersenbalk) wordt met deze oefeningen gestimuleerd. 

Het schrijven en de taal staan hierbij centraal. 

Oefeningen

Deze vinden met name plaats op het Meskerbord (zie onder).

Dat is een tweezijdig bord waarop je met beide handen tegelijk oefeningen doet. 

Door met twee handen gelijktijdig patronen te oefenen, wordt de samenwerking tussen de hersengebieden getraind. 

Dit brengt symmetrische motoriek bij kinderen weer op gang. Sommige kinderen hebben deze fase nog onvoldoende doorlopen. Omdat we allemaal verschillen, verloopt de ontwikkeling ook niet bij alle kinderen volgens hetzelfde patroon of tempo.

Door de oefeningen wordt de hersenbalk gestimuleerd waardoor nieuwe verbindingen worden aangelegd in de hersenen. Dat heeft een positief effect op spellen, lezen en rekenen en de motoriek.

Meskertherapie concentreert zich op de (hersenhelft) lateralisatie, we denken dan vaak aan de handvoorkeur die rond de kleutertijd duidelijk wordt.

Hieraan ten grondslag ligt een veel breder proces dat “functionele ongelijkheid” in de hersenhelften creëert doordat delen van de hersenen links en rechts hun eigen specifieke functie krijgen.

Dat komt niet alleen tot uiting in een voorkeurshand maar ook bij zien, horen, voetballen, tekenen etc. 

 

Achtergrond info

Vanuit de neuro-ontwikkelingspsychologie kennen we het EVO-DEVO principe. Dit stelt dat een aantal verschijnselen in de ontwikkeling van kind naar volwassene een versnelde herhaling zijn van evolutie van de mens.
Zoals de menselijke eigenschap (zelf-) bewust zijn een mijlpaal is (een kind gaat "ik", "jij" en "nee" zeggen), zo zijn de vaardigheden staan, lopen, praten allen ijkpunten in de evolutie. Momenten die in ieders individuele ontwikkeling ook weer een doorbraak zijn. Deze ontwikkelingen moet een kind dan ook doormaken wil het zich bepaalde vaardigheden eigen kunnen maken.


Professor P.J. Mesker liep op dit idee decennia vooruit. Door zijn onderzoek naar leerproblemen ontdekte hij een verband tussen het niet goed samenwerken van de linker- en rechterhersenhelft en een niet goed ontwikkelde of vertraagde motoriek.

Hij beschrijft daarop de antagonistische, symmetrische en eenhandige/gelateraliseerde fase die ieder opgroeiend kind doorloopt. Deze fasen beschrijven hoe kinderen zich op een bepaalde leeftijd bewegen en wat ze daarmee allemaal kunnen. Als kinderen deze ontwikkeling goed doormaken krijgen ze ook de vaardigheden die voorwaardelijk zijn bij (onder andere) het schrijven. Dr Mesker bedacht het Meskerbord en de daarbij horende oefeningen als therapie. 

Daarbij is er niet alleen veel aandacht voor de lateralisatie en voorkeurshand van het kind, maar wordt ook gekeken naar bijvoorbeeld de voorkeur van oog en oor.

Kinderen met dyslectische klachten kunnen eventueel ook gebaat zijn bij Meskertherapie. Het hangt af van het soort dyslectische klachten en de oorzaak daarvan of  Meskertherapie kan bijdragen aan verbetering van de leesvaardigheid. Iedere begeleiding begint daarom met een anamnese en uitgebreid onderzoek.

 

Mijn opleiding voor Meskertherapie volgde ik bij Wally van Grunsven. Zij werkte jarenlang samen met dr. Mesker. Na zijn overlijden deed ze veelvuldig onderzoek naar deze fases bij kinderen en de effecten van de therapie op de ontwikkeling. Samen met Charles Njiokiktjien, neuroloog-psychiater, schreef zij het boek Het schrijven: didactiek en behandeling van stoornissen over oa Mesker's ontwikkeling-neuropsychologische concepten.


Eduard Knoet, © rt leraar.nl.

Het Meskerbord